Beloning
Als meubelfabrikant, interieurbouwer en toeleveranciers ben je verplicht jouw personeel uit te betalen conform de cao voor de Meubelindustrie en Interieurbouw.
Wil je jouw werknemer een hogere beloning toekennen? Dat mag natuurlijk ook. Deze hogere beloning moet gebaseerd zijn op een binnen de onderneming vastgelegd beloningssysteem. Daarbij dient de Wet op ondernemingsraden in acht te worden genomen. Wijzigingen in het gekozen beloningssysteem kunnen eenmaal per jaar worden verwerkt.
Loonschalen CAO Interieurbouw en Meubelindustrie
Bekijk hier de loonschalen per 1 januari 2026:
Bekijk hier de loonschalen voor de lopende cao:
Hieronder zijn de loonschalen van de voorgaande cao's Meubelindustrie en Interieurbouw opgenomen (per week of per maand).
- Loonschalen per januari 2025
- Loonschalen per 1 juli 2024
- Loonschalen per 1 januari en 1 februari 2024
- Loonschalen per 1 januari 2022 en 1 januari 2023
- Loonschalen per 1 september 2021
- Loonschalen per 1 mei 2021
- Loonschalen per 1 januari 2021
- Loonschalen per 1 juli 2020
- Loonschalen per 1 januari 2020
- Transponeringstabel
- Loonschalen per 1 januari 2019
- Loonschalen per 1 april 2019
- Loonschalen per 1 juli 2019
Inkomen
Met inkomen bedoelen we volgens artikel 16 van de cao het brutoloon per week met daarbij opgeteld vergoedingen en toeslagen waaronder:
- Vakantiegeld
- Vergoeding voor overwerk
- Ploegentoeslag
- Toeslag voor verschoven diensten
- Toeslag voor bedrijfshulpverleners
- Toeslag voor praktijkopleiders
- Prestatiebeloning
- Winstdeling
- Eindejaarsuitkering
- Andere bonussen
- Vergoeding van reistijd (wanneer de werknemer naar een klus moet en de reistijd hierdoor langer is dan de reistijd van huis naar werk)
De volgende vergoedingen horen niet bij het inkomen:
- Vergoeding van reis- en verblijfkosten
In beginsel dienen de vaste vergoedingen (denk aan structurele vergoedingen als ploegentoeslagen) ook tijdens vakantie en ziekte betaald te worden. Let op: wanneer de werknemer daardoor tijdens afwezigheid meer verdient dan een collega die wél aanwezig is, hoeft de vaste vergoeding niet uitbetaald te worden.
Niet-structurele beloning (loon naar werken)
Naast de reguliere beloning (bijvoorbeeld het maandsalaris) heb je als werkgever ook de mogelijkheid om een bijzondere beloning te geven. Deze beloning is vaak gebaseerd op een (bijzondere) prestatie. Eén van de belangrijkste voorwaarden bij zo’n beloningsstructuur is dat men in staat moet zijn de prestatie die wordt geleverd op een betrouwbare en valide wijze te meten. Let op: voorkom dat een dergelijke prestatiebeloning verandert in een jaarlijks door iedereen te ontvangen uitkering. Wil je een vorm van prestatiebeloning invoeren? Wij helpen graag bij het opstellen en/of het implementeren van een regeling of beloningsstructuur.
Minimumloon
Alle werknemers vanaf 21 jaar hebben recht op het wettelijk minimumloon: het loon dat een werknemer minimaal moet ontvangen als hij/zij werkt. Dit minimumloon beschermt de werknemer tegen mogelijke onderbetaling, iets wat de overheid onder meer met hoge boetes -voor onderbetalende werkgevers- streng aanpakt.
Ieder jaar wordt het wettelijk minimumloon per 1 januari en 1 juli aangepast aan de ontwikkeling van de cao-lonen in Nederland. Je vindt ze op de website van Rijksoverheid.
Berekening minimum toetsloon per maand
Uitgaande van een wekelijkse fulltime arbeidsduur van 37,5 uur (artikel 33 lid 1 van de cao) en dus 7,5 uur per dag, wordt er in de cao een minimum toetsloon berekend. Deze berekening wordt uitgevoerd aan de hand van het wettelijk minimum uurloon dat op dat moment geldt en het aantal SV-dagen. Hetzelfde wordt gedaan met de minimum jeugduurlonen.
De berekening is als volgt:
[het aantal SV-dagen van het desbetreffende jaar] * 7,5 uur * [wettelijk minimumuurloon] / 12 maanden = [minimum toetsloon per maand]
Echter biedt de cao ook de mogelijkheid om een langere fulltime werkweek aan te houden, maar nog wel tegen hetzelfde bruto weekloon. Deze systematiek kan dus betekenen dat het uurloon lager uitvalt dan het wettelijk minimumuurloon wanneer men langer werkt dan 37,5 uur per week. Door de compensatie in ADV is dat toegestaan. Een werknemer die 40 uur per week werkt, krijgt namelijk 19 roostervrije dagen per jaar. Dat zijn er 14 meer dan wanneer hij 37,5 uur zou werken. Werkt de werknemer 38,75 uur per week, dan krijgt hij 12 roostervrije dagen per jaar, oftewel 7 meer dan de norm.





